Hoe ging het op de financiële markten?
Aandelen
- Amerikaanse aandelen bleven achter door zwakkere economische cijfers en politieke onzekerheid. Vooral technologiebedrijven hadden het zwaar. De dollar werd minder waard, waardoor Amerikaanse beleggingen in euro’s minder opleverden. Door het conflict met Iran stegen energieprijzen in de VS. Bedrijven verwachtten daarom ook minder winst en groei.
- Europese aandelen deden het beter door dalende rentes en stabielere vooruitzichten dan in de VS. Tot de aanval op Iran waren rendementen positief. Door de hogere energieprijzen werden beleggers daarna minder positief over de winstverwachtingen van Europese bedrijven.
- Opkomende markten behaalden sterke resultaten, vooral door goede prestaties in Azië. Zuid- Korea en Taiwan vielen positief op. China en India deden het minder goed, maar het totaalrendement blijft goed.
- Beursgenoteerd vastgoed in Europa had een positief kwartaal. Vastgoedbedrijven financierden projecten voor een deel met geleend geld en profiteerden van lagere rentes. Koersen stegen in het eerste deel van het kwartaal. Na de aanval op Iran daalden de koersen, maar het rendement bleef positief.
Obligaties
- Europese staatsobligaties begonnen het kwartaal sterk door lagere marktrentes. Bedrijfsobligaties deden het ook goed, maar iets minder sterk. Door de ontwikkelingen in het Midden-Oosten daalde de waarde. Beleggers vroegen een hogere vergoeding op obligaties. Hierdoor daalden de koersen van deze beleggingsfondsen.
- Risicovollere obligaties hadden aan het begin van het kwartaal een klein positief rendement. Vooral obligaties uit opkomende markten profiteerden van de sterke economische ontwikkeling in delen van Azië. Later in het kwartaal daalden deze obligaties door ontwikkelingen in het Midden-Oosten. Daardoor sloot deze categorie het kwartaal af met een negatief rendement.