Hoe ging het op de financiële markten?
Aandelen
- Amerikaanse aandelen: Amerikaanse aandelenkoersen schommelden sterk, maar stegen na een daling weer. De S&P 500, een belangrijke Amerikaanse aandelenindex, bereikte in augustus een nieuwe record. Het was de beste augustusmaand sinds 2021. Na de renteverhoging in september daalden de aandelenkoersen weer. Vooral chipbedrijven, grote technologiebedrijven, energiebedrijven en bedrijven die minder gevoelig zijn voor veranderingen in de economie, bepaalden de richting van de beurs.
- Europese aandelen: Europese aandelen deden het minder goed in dit derde kwartaal. Begin augustus bereikten de beurzen in Duitsland, Frankrijk en Italië nieuwe records. In september zijn de koersen gedaald door de hogere energieprijzen en hogere renteniveaus. Europa groeit hierdoor minder hard dan Amerika.
- Aandelen uit opkomende markten: Aandelen uit opkomende markten hadden een onrustig kwartaal. Dit zijn aandelen uit landen met een economie die nog volop in ontwikkeling is. Eind juli verkochten veel beleggers in Azië hun aandelen. Daardoor daalden de aandelenkoersen sterk. De Zuid-Koreaanse beurs is extra gevoelig voor ontwikkelingen rond AI. Twee grote technologiebedrijven, Samsung en SK Hynix, maken een groot deel uit van deze aandelenindex. Als de aandelenkoersen van deze twee bedrijven sterk stijgen of dalen, heeft dat veel invloed op de stand van de index.
- Vastgoedaandelen: Na een sterke eerste helft van het jaar daalden de koersen van beursgenoteerde vastgoedbedrijven. Dit zijn bedrijven die bijvoorbeeld investeren in kantoren, winkels en woningen. Vastgoedbedrijven zijn gevoelig voor veranderingen in de rente. Als de rente stijgt, wordt geld lenen duurder. Daardoor worden deze bedrijven minder aantrekkelijk voor beleggers. Dit zorgde in het derde kwartaal voor lagere koersen.
Obligaties
- Staatsobligaties: Staatsobligaties hadden een zwak kwartaal. Obligaties zijn leningen aan bijvoorbeeld overheden en bedrijven. Beleggers ontvangen hiervoor rente. De rente op langlopende staatsobligaties steeg tot het hoogste niveau in jaren. In de Verenigde Staten bereikte de rente op staatsobligaties met een looptijd van 30 jaar, de hoogste stand sinds 2007.
- De rentestijging kwam door de aanhoudend hoge inflatie, zorgen over overheidsschulden en de grote hoeveelheid nieuwe obligaties op de markt. Als de rente stijgt, worden nieuwe obligaties aantrekkelijker. Ze leveren namelijk meer rente op. Bestaande obligaties met een lagere rente worden daardoor minder waard. Vooral obligaties met een lange looptijd verloren dit kwartaal waarde. De onrust op de Amerikaanse obligatiemarkt was zo groot dat de Amerikaanse overheid ingreep om de markt te ondersteunen.
- Ook in Europa was er onrust op de obligatiemarkt. Beleggers maakten zich zorgen over hoeveel geld de Franse overheid uitgeeft en leent. Daardoor moest Frankrijk een hogere rente bieden om geld te lenen dan bijvoorbeeld Duitsland. Dit zorgde voor lagere koersen van Europese staatsobligaties.
- Risicovolle obligaties: Obligaties met een korte looptijd en obligaties met een hoger risico deden het relatief beter dan langlopende staatsobligaties. Dit kwam doordat deze obligaties minder gevoelig zijn voor stijgende rentes of meer rente opleveren. Die hogere rente-inkomsten hielpen om een deel van de daling in waarde op te vangen.